Survival Guide gets already second edition
Posted in Getting published, Presentations quality, Speaking in publicI am happy that my book Survival Guide for Scientists, published about a month ago, is selling very well. Today I went through the final proofs of the second edition. Corrections were only minor (some inconsistencies in italic versus roman fonts will be corrected). Up to now the marketing has only been done in the Netherlands. Shortly, our US-publisher will take care of that part of the market.
From the reactions I conclude that my expectation that the book would also be useful for non-scientists, turns out to be more than correct: lawyers, consultants and managers buy the book. And parents buy it for their university-going children. Tell me your opinion about the book.
Or come with suggestions. Klaas Wynne already pointed out that I should pay attention to the presentation quality of posters. Thanks Klaas.










1 Aug 2008 14:20, Jos Wassink
Congratulations Ad, with the second edition. Indeed, In think the target group is much wider then scientist only. As a journalist, I’ve picked up some good advice as well.
You ask opinions about the book - I’ve written mine (first draft) for the Delft University newspaper Delta. Here it is in rough version:
Niet zo, maar zo!
Ad Lagendijk wilde oorspronkelijk alleen zijn studenten en postdocs wat tips geven over communicatie. Toen bleek dat andere studenten, managers, consultants en journalisten ook belangstelling hadden. Het is een heel boekje geworden.
Jos Wassink
Het boek ‘Survival Guide for Scientists’ dat het resultaat was, werd op de 200-jarige verjaardag van het KNAW ten doop gehouden door scheidend voorzitter Frits van Oostrom. “Vergeleken bij de geboden van Lagendijk, zijn de Stenen Tafelen uit de Bijbel een onderhandelingsstuk,” vergeleek de hoogleraar Letterkunde. En inderdaad, er staan nogal wat zekerheden in: ‘Gebruik nooit uitroeptekens’; ‘Door handen te schudden toon je initatief’, ‘De referent heeft altijd gelijk’. Gelukkig nodigt Lagendijk zijn lezers ook uit om te reageren op zijn weblog. Die mogelijkheid was bij de Tien Geboden niet voor handen.
Communicatie en bètawetenschappen is een moeizame combinatie. Dat begon al met de natuurkundeleraar op de middelbare school, die als reactie op vragen uit de klas meewarig zijn hoofd schudde en mompelend het lokaal verliet. Hij had niet zo’n hoge opvatting van de didactiek: een klein deel van de klas snapte de stof, daar hoefde je dus niks aan te doen, en het ander deel zou het nooit snappen. Wat je ook probeerde. Tien jaar later was ik bij mede-afstudeerders vaak getuige van een spervuur aan onderzoeksdetails, als toelichting bij geprojecteerde overheadsheets die bomvol stonden met wiskundige formules. Deze broeders zouden baat gehad hebben bij Lagendijks boek.
Ad Lagendijk (60) is een oude rot in het veld. Hij is groepsleider aan het FOM-instituut AMOLF en als hoogleraar verbonden aan zowel de Universiteit van Amsterdam als de Universteit Twente. Hij won in 2002 de NWO / Spinozapremie voor baanbrekend en inspirerend onderzoek en hij is bekend van een lange serie columns in de wetenschapsbijlage van de Volkskrant (1993 - 2004) en hij zat in de redactie van het vpro radioprogramma ‘De Vrolijke Wetenschap’.
Hij weet dus wel te communiceren, maar wat belangrijker is, hij weet hoe belangrijk een goede communicatie is voor de loopbaan van wetenschappers. Wie schrijft, die blijft, en wie geciteerd wordt, komt hogerop. Maar hoe zorg je dat je artikel in de juiste bladen terecht komt, hoe ga je met kritiek om, hoe vang je de aandacht van de pers en hoe maak je een spetterende presentatie. Daarover gaat de communicatiegids.
In feite zijn het drie gidsen in een: schrijven; presenteren en email. Ze zijn afzonderlijk te gebruiken en tonen onderling wat overlap. Dat noopt dan tot diagonaal lezen, iets wat Lagendijk overigens als eerste aanraadt. Het boek is door de structuur als een lijst met do’s en don’ts ook niet vloeiend te lezen. Daar is het ook niet voor bedoeld. In zijn voorwoord stelt Lagendijk dat de lezer hooguit anderhalf uur nodig heeft. Voor 250 pagina’s betekent dat diagonaal lezen. Handige grijze kadertjes geven de kern weer van waar het over gaat (”Never make remarks at leaving or arriving people”), zodat de lezer makkelijk kan beslissen of hij daar meer van wil weten of niet. Overigens, het hele boek is in het Engels, omdat dat nu eenmaal de omgangstaal van de wetenschap is.
Ondanks zijn pittige uitspraken (”Communicatiecursussen door niet-actieve onderzoekers zijn zelden bruikbaar, maar onveranderd een tijdsverspilling”) kan Lagendijk heel tactisch zijn. Ik vind het deel waarin hij de sociologie van het onderzoek bespreekt nog het meest boeiend. Hij legt uit hoe belangrijk het co-auteurschap is, wie je dat moet gunnen en hoe je dat communiceert. “Als je collega bij een lezing zijn naam niet op de dia’s ziet staan, herinnert hij zich dat nog jaren.” Lagendijk laat ook zien hoe het subtiele spel in elkaar steekt tussen auteur, redacteur van een tijdschrift, en een referent. En hoe belangrijk het is om collega’s de erkenning te geven waar ze recht op hebben, maar ook een assertief antwoord wanneer ze je lezing dreigen te verzieken.
De delen over presentatie en email zijn wat technischer van aard, en neigen naar een gebruiksaanwijzing voor gevorderden.
Minimaal kunnen onderzoekers door dit boekje de meest elementaire, maar veel voorkomende fouten vermijden. Het zou mij niks verbazen als het mensen daadwerkelijk helpt om beter voor de dag te komen. En niet alleen qua kleding (”Physicists like to prove that they are champion in ill-dressing, p.131).
Ad Lagendijk, ‘Survival Guide for Scientists’, Amsterdam University Press, 2008, € 19,90. | http://www.sciencesurvivalblog.com